Ik zeg alleen maar dat ik... ik betreur het dat alle anderen negentien kansen hebben, en alleen ik ben beperkt tot één enkele kans om mijn genen te laten voortbestaan. Omdat jij gelooft dat jouw genen een grote zegen voor het menselijk ras zouden betekenen. Ram dacht hier even over na, ik denk dat dat is wat elke mannelijke adolescent met zijn hele hart gelooft.
(I'm just saying that I...I regret that everybody else has nineteen chances, and only I am limited to a single chance for my genes to continue.Because you believe your genes would confer a great blessing upon the human race.Ram thought about this for a moment, I suppose that's what every adolescent male believes with his whole heart.)
Het fragment uit "Pathfinder" van Orson Scott Card weerspiegelt een aangrijpend moment waarop een personage spijt betuigt over de beperkingen die worden gesteld aan de mogelijkheden om iemands genen door te geven. Dit onderstreept de gevoelens van frustratie omdat hij beperkt is tot slechts één kans, terwijl anderen om hem heen meerdere kansen lijken te hebben. Dit denkproces maakt gebruik van diepere thema's als erfenis, nalatenschap en het menselijke verlangen om een stempel op de wereld te drukken.
Bovendien benadrukt de passage een gemeenschappelijk sentiment onder jonge mannen, waarbij de overtuiging dat hun genetische kwaliteiten superieur zijn een heersende gedachte is. Het personage Ram, die over dit idee nadenkt, erkent dat dergelijke gevoelens wijdverbreid zijn onder adolescenten, wat de natuurlijke neiging tot zelfbelang en de hoop op de eigen betekenis in de voortzetting van het menselijk ras demonstreert.