Maar ik zou liever bespot worden omdat ik iets goeds doe, dan gerespecteerd te worden, wetende dat ik iets verkeerds heb gedaan.
(But then, I would rather be mocked for doing a good thing than to be respected, knowing I have done wrong.)
Het citaat uit 'Children of the Mind' van Orson Scott Card weerspiegelt een diepgaand moreel perspectief op de waarde van intenties en acties. Het suggereert dat de spreker er de voorkeur aan geeft belachelijk gemaakt te worden omdat hij moreel oprechte keuzes maakt, in plaats van respect te verdienen voor wangedrag. Dit sentiment onderstreept het belang van integriteit en de ethische implicaties van iemands handelen bij het vormgeven van moreel karakter.
Dit standpunt moedigt individuen aan om voorrang te geven aan het goede doen boven het zoeken naar goedkeuring van anderen. Het benadrukt het idee dat externe percepties iemands daden niet mogen dicteren, en pleit voor een leven geleid door het geweten in plaats van door het verlangen naar bevestiging. Uiteindelijk herinnert het citaat eraan dat innerlijke eer en de moed om juist te handelen belangrijker zijn dan maatschappelijke acceptatie.