Hij was nog maar een kind en deed waartoe volwassenen hem brachten; maar ergens in zijn hart wist hij dat zelfs een kind een echte persoon is, dat de daden van een kind echte daden zijn, dat zelfs het spel van een kind niet zonder morele context is.
(He was only a child, doing what adults led him to do; but somewhere in his heart he knew that even a child is a real person, that a child's acts are real acts, that even a child's play is not without moral context.)
Het citaat benadrukt de onschuld van de kindertijd en erkent tegelijkertijd de complexiteit van het morele begrip van een kind. Het suggereert dat kinderen, hoewel geleid door volwassenen, een aangeboren gevoel van persoonlijkheid en keuzevrijheid bezitten. Zij zijn niet louter passieve ontvangers van de invloed van volwassenen, maar zijn individuen die zich bezighouden met acties die echte betekenis hebben.
Uiteindelijk benadrukt de auteur dat het spel en de interacties van een kind niet zonder morele implicaties zijn. Dit perspectief moedigt een diepere erkenning aan van kinderen als machthebbers, die in staat zijn hun daden in een bredere ethische context te begrijpen, in plaats van alleen maar het gedrag van volwassenen te imiteren.