Ik ben een ridder van Solamnia. Ik ben de hand van Paladine, van Kiri-Jolith en van Habakuk op deze wereld. Je bent op Krynn. Jij bent van mij, Koningin van de Duisternis.
(I am a knight of Solamnia. I am the hand of Paladine, of Kiri-Jolith and of Habbakuk on this world. You are on Krynn. You are mine, Queen of Darkness.)
Het citaat vat de identiteit en het doel samen van een personage dat zichzelf ziet als een toegewijde ridder van Solamnia, toegewijd aan het dienen van de goden Paladine, Kiri-Jolith en Habbakuk. Het brengt een gevoel van plicht en gerechtigheid over, omdat het individu zijn rol erkent in de grotere strijd tussen goed en kwaad in de wereld van Krynn. Hierdoor ontstaat een krachtig beeld van heldenmoed en loyaliteit.
Bovendien suggereert de verklaring "Jij bent van mij, Koningin van de Duisternis" een directe confrontatie met een belangrijke tegenstander. Het benadrukt de vastberadenheid van de ridder om de krachten van de duisternis uit te dagen, gepersonifieerd door de koningin, en versterkt het thema van de strijd tussen licht en schaduw dat in het verhaal overheerst. Dit moment betekent niet alleen een persoonlijke strijd, maar ook de overkoepelende conflicten die het verhaal binnen 'The Legend of Huma' bepalen.