In veel opzichten is de volledigheid van de biografie, de verwezenlijking van de professionalisering ervan, een ironische fictie, aangezien geen enkel leven ooit volledig gekend kan worden, noch zouden we elk feit over een individu willen weten. Op dezelfde manier wordt geen enkel leven ooit geleefd volgens esthetische proporties. De plot van een biografie is oppervlakkig gebaseerd op de geboorte, het leven en de dood van het onderwerp; karakter, in de visie van de auteur. Beide zijn evenzeer creaties van de biograaf als van een romanschrijver. Wij stellen ons tevreden met geautoriseerde ficties.
(In many ways, the completeness of biography, the achievement of its professionalization, is an ironic fiction, since no life can ever be known completely, nor would we want to know every fact about an individual. Similarly, no life is ever lived according to aesthetic proportions. The plot of a biography is superficially based on the birth, life, and death of the subject; character, in the vision of the author. Both are as much creations of the biographer, as they are of a novelist. We content ourselves with authorized fictions.)
Dit citaat onderstreept op welsprekende wijze de inherente beperkingen en het subjectieve karakter van biografisch schrijven. Het daagt het idee uit dat biografieën iemands leven volledig kunnen inkapselen, maar stelt in plaats daarvan dat het op zijn best zorgvuldig geconstrueerde verhalen zijn, gevormd door het perspectief en de keuzes van de auteur. Het idee dat biografie een 'ironische fictie' is, benadrukt de paradox: ook al streeft het genre naar nauwkeurigheid, het leunt onvermijdelijk op selectieve vertelling, interpretatie en soms verfraaiing. De vergelijking van een biografie met een roman benadrukt dat beide creatieve inspanningen zijn, waarbij feiten worden gecombineerd met een fantasierijke reconstructie om een samenhangend en meeslepend verhaal te creëren. Het impliceert ook dat het leven van het individu een nette symmetrie ontbeert – er bestaat geen esthetische perfectie in de manier waarop levens zich ontvouwen – en dat pogingen om dergelijke idealen op te leggen de waarheid kunnen verdraaien. De erkenning dat zowel biograaf als romanschrijver 'geautoriseerde ficties' produceren, nodigt ons uit om onze aannames over authenticiteit bij het vertellen van verhalen te heroverwegen. Het herinnert ons eraan dat alle verslagen inherent gedeeltelijk zijn, geconstrueerd door de lens van de auteur en gefilterd door ons verlangen naar betekenis of samenhang. Dit perspectief stimuleert een genuanceerde waardering van biografische werken, waarbij hun kunstenaarschap en subjectiviteit worden erkend, terwijl ze zich bewust blijven van hun beperkingen. Het onderstreept ook het belang van kritische betrokkenheid bij biografische verhalen, in het besef dat het interpretatieve constructies zijn die geworteld zijn in zowel feitelijk geheugen als creatieve expressie.