In het begin van de computergebruik boeiden deze machines de verbeelding van het publiek en verdienden ze de bijnaam "gigantische hersenen" vanwege hun opmerkelijke mogelijkheden. De ware aard van computers was echter meer verwant aan een bulldozer en presenteerde hun kracht en brute kracht in plaats van finesse. Het ingewikkelde ontwerp achter deze machines betrof aanzienlijke complexiteit en innovatie, maar de functionaliteit die ze aanboden was vaak eenvoudiger dan verfijnd.
Tracy Kidder's "The Soul of a New Machine" benadrukt deze combinatie tussen de perceptie van computers als intelligente entiteiten en hun werkelijke operationele mechanica. Terwijl computers werden ontworpen met precisie en detail, lag hun primaire sterkte in hun vermogen om grootschalige taken efficiënt uit te voeren, zonder de subtiele nuances die menselijke intelligentie kenmerken.