Waarom zeg je dat ik alleen ben? Mijn lichaam is bij me, waar ik ook ben, en vertelt me eindeloze verhalen over honger en voldoening, vermoeidheid en slaap, eten en drinken en ademen en het leven. Wie zou met zo’n gezelschap ooit alleen kunnen zijn?
(Why do you say that I am alone? My body is with me wherever I am, telling me endless stories of hunger and satisfaction, weariness and sleep, eating and drinking and breathing and life. With such company who could ever be alone?)
In het citaat uit 'Children of the Mind' van Orson Scott Card reflecteert de verteller op het idee van eenzaamheid. Ze dagen het idee van eenzaamheid uit door de aanwezigheid van hun eigen lichaam te benadrukken, dat gedurende het hele leven verschillende ervaringen en sensaties ervaart. Het lichaam fungeert als een constante metgezel en ervaart honger, bevrediging en het ritme van het leven, wat aangeeft dat vervulling van binnenuit komt en niet van externe omstandigheden.
Dit perspectief suggereert dat individuen nooit echt alleen zijn, omdat hun interne ervaringen rijke verhalen bieden die hen met het leven verbinden. De auteur illustreert dat ons fysieke bestaan gevuld is met voortdurende verhalen en interacties, wat impliceert dat de complexiteit van iemands levenservaring gevoelens van eenzaamheid kan verlichten. Uiteindelijk bevordert de aanwezigheid van zelfbewustzijn en lichamelijke ervaringen een diepgaande verbinding die het gevoel van isolatie tegengaat.