In de roman van Philip K. Dick, "The Man in the High Castle", onderzoekt de auteur identiteit en vervreemding door de ervaringen van personages van personages die leven in een wereld die wordt veranderd door een ander resultaat van de Tweede Wereldoorlog. De uitdrukking "Ik ben een buitenstaander in mijn eigen land" bevat het diepgaande gevoel van ontkoppeling dat individuen voelen in hun eigen thuisland, gevormd door onderdrukkende politieke regimes en culturele veranderingen. Dit gevoel van een buitenstaander weerspiegelt de interne conflicten en worstelingen die verband houden met het navigeren door een samenleving die niet langer aansluit bij iemands waarden.
De roman presenteert een dystopische realiteit waar de personages worstelen met hun identiteit tegen de achtergrond van een onderdrukkend regime. Terwijl ze de harde maatschappelijke normen en het gewicht van de geschiedenis confronteren, illustreren hun reizen de zoektocht naar verbondenheid en begrip in een gebroken wereld. Het verhaal benadrukt hoe externe factoren iemands perceptie van thuis kunnen transformeren, wat leidt tot existentiële vragen over loyaliteit, identiteit en vrijheid in een landschap gedefinieerd door macht en ideologie.