Voor mij schuilt er een paradox in de poëzie, die lijkt op de paradox in de tragedie. Je hebt het verschrikkelijkste onderwerp, maar het is in een vorm die zo sensueel bevredigend is dat het het overlevende hart verbindt met het wanhopige intellect.
(For me, there is a paradox in poetry, which is like the paradox in tragedy. You have the most terrible subject, but it's in a form that is so sensually gratifying that it connects the surviving heart to the despairing intellect.)
Dit citaat geeft prachtig de dualiteit weer die inherent is aan poëzie en tragische kunst. Het benadrukt hoe uiterst uitdagende thema’s, zelfs die gevuld met pijn of wanhoop, kunnen worden getransformeerd in ervaringen die esthetisch ontroerend en emotioneel resonerend zijn. Dergelijke kunst overbrugt de kloof tussen rauw menselijk lijden en intellectueel begrip, waardoor het publiek moeilijke waarheden door schoonheid en vorm kan confronteren. Het herinnert ons eraan dat de kracht van kunst vaak ligt in haar vermogen om het ongemakkelijke of tragische niet alleen verteerbaar maar ook verhelderend te maken, waardoor empathie en diepere reflectie worden bevorderd.