Hive Queen: Zoveel van jouw mensen worden christenen. Geloven in de god die deze mensen met zich meebrachten. Mens: Geloof je niet in God? Hive Queen: De vraag is nooit ter sprake gekomen. We hebben ons altijd herinnerd hoe we begonnen. Mens: Jij bent geëvolueerd. Wij zijn geschapen. Hive Queen: Door een virus. Mens: Door een virus dat God heeft geschapen om ons te scheppen. Hive Queen: Dus jij bent ook een gelovige. Mens: Ik begrijp geloof. Hive Queen: Nee, jij verlangt naar geloof. Mens: Ik verlang er genoeg naar om te doen alsof ik geloofde. Misschien is dat wat geloof is. Hive Queen: Of opzettelijke waanzin.
(Hive Queen: So many of your people are becoming Christians. Believing in the god these humans brought with them.Human: You don't believe in God?Hive Queen: The question never came up. We have always remembered how we began.Human: You evolved. We were created.Hive Queen: By a virus.Human: By a virus that God created in order to create us.Hive Queen: So you, too, are a believer.Human: I understand belief.Hive Queen: No-you desire belief.Human: I desire it enough to act as if I believed. Maybe that's what faith is.Hive Queen: Or deliberate insanity.)
Het gesprek tussen de Hive Queen en de mens onthult een diepe filosofische kloof tussen hun perspectieven op het bestaan en geloof. The Hive Queen spreekt zijn verbazing uit over het toenemende aantal mensen dat zich tot het christendom bekeert, wat wijst op een gebrek aan bezorgdheid of contemplatie over goden. Bij haar soortgenoten lag de focus altijd op hun oorsprong, geworteld in de evolutie en niet in de schepping door een god. Dit benadrukt een fundamenteel verschil tussen hun opvattingen over het begin van het leven, waarbij de nadruk wordt gelegd op een contrast tussen wetenschappelijk begrip en theologisch geloof.
De dialoog gaat verder met de mens die probeert geloof en overtuiging met elkaar te verzoenen, wat suggereert dat hoewel hij misschien geen geloof in traditionele zin bezit, hij handelt alsof hij gelooft. The Hive Queen betwist dit idee en insinueert dat dergelijke verlangens naar geloof eerder waanzin dan authentiek geloof zouden kunnen weerspiegelen. Deze uitwisseling illustreert de complexiteit van geloof en de verschillende manieren waarop wezens de concepten van schepping, bestaan en geloof kunnen benaderen, waardoor een dialoog wordt geopend over de voortdurende zoektocht van de mensheid naar betekenis in een evoluerend universum.