Ik had een goeroe. Hij was een grote heilige en zeer barmhartig. Ik heb hem lang gediend – heel, heel lang; toch wilde hij geen enkele mantra in mijn oren blazen. Ik had een vurig verlangen om hem nooit te verlaten, maar bij hem te blijven en hem te dienen en koste wat het kost enige instructie van hem te ontvangen.
(I had a Guru. He was a great saint and most merciful. I served him long - very, very long; still, he would not blow any mantra in my ears. I had a keen desire never to leave him but to stay with him and serve him and at all cost receive some instruction from him.)
Dit citaat benadrukt de essentie van spirituele nederigheid en onwrikbare toewijding. De diepe liefde en het respect van de verteller voor de goeroe overstijgen oppervlakkige leringen of rituelen; in plaats daarvan belichamen ze een oprecht verlangen om te leren door dienstbaarheid en overgave. Het benadrukt dat ware wijsheid vaak niet door woorden of externe instructies komt, maar door toegewijde toewijding en innerlijke verbinding. Het getoonde geduld en de nederigheid weerspiegelen het begrip dat spirituele groei een persoonlijke reis is, geleid door nederigheid en onvoorwaardelijke liefde in plaats van het zoeken naar specifieke leringen.