Het citaat presenteert een opvallende paradox over leven en dood. Het suggereert dat degenen die het leven van anderen nemen, uiteindelijk hun eigen ondergang zullen ondergaan en een cyclus van geweld voorstellen die tot ondergang leidt. De boodschap benadrukt daarentegen de adel en het belang van zelfopoffering, en beweert dat het geven van iemands leven voor anderen leidt tot een vorm van onsterfelijkheid of wedergeboorte.
Deze paradox nodigt lezers uit om na te denken over de diepere betekenissen van het bestaan, wat suggereert dat ware leven voortkomt uit onbaatzuchtigheid in plaats van geweld. Het idee houdt in dat individuen die ervoor kiezen om anderen te helpen, zelfs ten koste van hun eigen leven, een blijvende erfenis bereiken, uiteindelijk de fysieke beperkingen van leven en dood overstijgen.