Ik heb ooit een verhaal gehoord over een man die zichzelf in tweeën splitste. Het ene deel is nooit veranderd; de ander groeide en groeide. Het onveranderlijke deel was altijd waar, het groeiende deel was altijd nieuw, en ik vroeg me af, toen het verhaal afgelopen was, welk deel ik was, en welk deel jij was.
(I once heard a tale of a man who split himself in two.The one part never changed at all; the other grew and grew.The changeless part was always true, The growing part was always new,And I wondered, when the tale was through, Which part was me, and which was you.)
In ‘Children of the Mind’ van Orson Scott Card staat een tot nadenken stemmend verhaal over een man die zich in twee afzonderlijke delen splitst. De ene helft blijft constant en onveranderlijk en symboliseert stabiliteit en waarheid, terwijl de andere helft groei en transformatie ervaart, die de dynamische aard van het leven vertegenwoordigt. Deze metafoor illustreert de dualiteit van het menselijk bestaan, waarin individuen worstelen met hun identiteit te midden van verandering en continuïteit.
Het verhaal zet aan tot reflectie op ons eigen leven: welk aspect sluit het meest aan bij ons authentieke zelf? Worden we gedefinieerd door onze onveranderlijke principes, of bepalen onze ervaringen en groei wie we werkelijk zijn? Deze diepgaande verkenning laat ons twijfelen aan onze identiteit en de wisselwerking tussen het blijvende en het evoluerende in ons.