Als ik maar wat vet had, kon ik een soort lamp maken, dacht mama. Toen ik een meisje was, hadden we geen gebrek aan licht voordat er ooit van deze nieuwerwetse kerosine werd gehoord. Dat is zo, zei Pa. Deze tijden zijn te vooruitstrevend. Alles is te snel veranderd. Spoorwegen en telegraaf, kerosine en kolenkachels - het zijn goede dingen om te hebben, maar het probleem is dat mensen er afhankelijk van worden.
(If only I had some grease I could fix some kind of a light, Ma considered. We didn't lack for light when I was a girl before this newfangled kerosene was ever heard of.That's so, said Pa. These times are too progressive. Everything has changed too fast. Railroads and telegraph and kerosene and coal stoves--they're good things to have, but the trouble is, folks get to depend on 'em.)
In dit fragment uit "The Long Winter" van Laura Ingalls Wilder reflecteert Ma op de eenvoud van haar verleden, toen het licht overvloedig en gemakkelijk toegankelijk was. Ze drukt een verlangen uit naar vet om een lichtbron te creëren, wat duidt op een gevoel van nostalgie en verlangen naar de oude manieren van leven voordat moderne uitvindingen zoals kerosine gemeengoed werden. Dit verlangen suggereert een diepere verbinding met haar roots en het basiscomfort dat ooit als vanzelfsprekend werd beschouwd.
Pa is het eens met Ma's sentiment en erkent de snelle veranderingen in de samenleving die worden veroorzaakt door technologische vooruitgang zoals spoorwegen en telegraaf. Hoewel hij de voordelen van deze innovaties onderkent, wijst hij ook op de nadelen, waarbij hij benadrukt hoe mensen er te afhankelijk van zijn geworden. Deze dialoog benadrukt de spanning tussen vooruitgang en traditie en weerspiegelt een gemeenschappelijk thema in de literatuur dat zich afvraagt of vooruitgang het leven werkelijk verbetert of nieuwe vormen van afhankelijkheid creëert.