In Philip K. Dick's "Strange Eden" reflecteert de verteller over hoe het landschap drastisch zou veranderen als het dichter bij de aarde zou zijn. De idyllische omgeving, gekenmerkt door zijn natuurlijke schoonheid, zou overweldigd worden door de effecten van menselijke activiteit. Het schetst een levendig beeld van vervuiling, zwerfvuil en de afbraak van de natuur die vaak gepaard gaat met de menselijke ontwikkeling.
Het citaat onderstreept een diepe zorg voor het behoud van het milieu en benadrukt de mogelijke gevolgen van ongecontroleerde industrialisatie. Het dient als een kritiek op hoe menselijke aanwezigheid vaak leidt tot de vernietiging van ongerepte gebieden, waardoor ze worden omgezet in overvolle en vervuilde plaatsen gevuld met vuilnis en lelijke structuren. Dit contrast benadrukt de kwetsbaarheid van dergelijke onaangeroerde landschappen.