Er kan niet worden gezegd dat de Grondwet 'het volk van de Verenigde Staten' voor altijd tot een onderneming heeft gevormd. Er wordt niet gesproken over 'het volk' als bedrijf, maar als individuen. Een bedrijf beschrijft zichzelf niet als 'wij', noch als 'mensen', noch als 'onszelf'. Evenmin heeft een bedrijf, in juridische termen, enig 'nageslacht'.
(It cannot be said that the Constitution formed 'the people of the United States,' for all time, into a corporation. It does not speak of 'the people' as a corporation, but as individuals. A corporation does not describe itself as 'we,' nor as 'people,' nor as 'ourselves.' Nor does a corporation, in legal language, have any 'posterity.')
Dit citaat benadrukt een fundamenteel onderscheid tussen individuen en bedrijven, en benadrukt dat de erkenning door de Grondwet van “het volk” eerder betrekking heeft op individuen dan op een bedrijfsentiteit. De assertieve toon onderstreept dat, hoewel de regering opereert volgens constitutionele principes, zij de bevolking niet in een rechtspersoon verandert. Vanuit juridisch en filosofisch oogpunt is dit onderscheid cruciaal omdat het bepaalt hoe rechten, verantwoordelijkheden en soevereiniteit worden begrepen. Het idee dat 'het volk' wordt erkend als individuen versterkt het idee dat grondwettelijke rechten persoonlijk en onvervreemdbaar zijn, en niet overdraagbaar of herleidbaar tot een bedrijfsidentiteit. Bedrijven zijn als juridische entiteiten kunstmatige constructies die voor specifieke doeleinden zijn gecreëerd en die de natuurlijke eigenschappen zoals nageslacht of persoonlijke identiteit missen. Dit onderscheid heeft ook invloed op de manier waarop het bestuur functioneert, waardoor de macht uiteindelijk bij individuele burgers berust en niet bij een klasse van bedrijven. Het onderkennen van dit verschil helpt het concept van individuele vrijheid en verantwoordelijkheid binnen een democratisch kader te behouden. Het geeft ook duidelijkheid over de reikwijdte van de rechten en plichten die burgers en overheid hebben. In hedendaagse discussies is het begrijpen van dit verschil essentieel, vooral in debatten over de invloed van bedrijven, individuele soevereiniteit en constitutionele interpretaties. Dit citaat nodigt ons uit om na te denken over de aard van politieke en juridische entiteiten en het belang van het handhaven van duidelijke grenzen tussen persoonlijke rechten en bedrijfsmachten, om ervoor te zorgen dat de soevereiniteit van individuen de basis blijft van het juridische weefsel van de natie.