Niemand mag hun deugd met noodzaak vertrouwen, waarvan de kracht nooit bekend is totdat deze wordt gevoeld, en het is daarom een van de eerste plichten om de verleiding ervan te vermijden.
(Nobody should trust their virtue with necessity, the force of which is never known till it is felt, and it is therefore one of the first duties to avoid the temptation of it.)
Dit citaat benadrukt het belang van zelfbewustzijn en voorzichtigheid bij morele besluitvorming. Het suggereert dat men niet uitsluitend op hun deugden moet vertrouwen wanneer men wordt geconfronteerd met omstandigheden die hun integriteit op de proef kunnen stellen, aangezien de ware kracht van deze deugden alleen onder druk aan het licht komt. Het idee legt de nadruk op het voorkomen van situaties waarin keuzes in gevaar worden gebracht door externe druk, waarbij wordt erkend dat de menselijke moraliteit kwetsbaar is wanneer deze op de proef wordt gesteld. De plicht om verleiding te vermijden onderstreept de noodzaak van vooruitziendheid en zelfbeheersing om de morele integriteit te behouden, en herinnert ons eraan dat ware deugd vaak niet in troost, maar in tegenspoed wordt bewezen.