Toch waren er tweeëntwintighonderd jaar geleden wetenschappers. Voordat Rome het kamp van de vogelvrij verklaarde in het uiterste westen was, zei Aristoteles: Als een mens waarheden begrijpt die niet anders kunnen zijn dan ze zijn, zal hij, op de manier waarop hij de definities begrijpt waarmee demonstraties plaatsvinden, geen mening hebben, maar kennis.
(Yet twenty-two hundred years ago, there were scientists. Before Rome was an outlaw's camp in the far west, Aristotle was saying, If a man grasps truths that can not be other than they are, in the way in which he grasps the definitions through which demonstrations take place, he will not have opinion, but knowledge.)
Twee millennia geleden was het nastreven van kennis al een onderneming die serieus werd genomen door denkers als Aristoteles. Hij benadrukte het belang van het begrijpen van onmiskenbare waarheden, en gaf aan dat echt begrip voortkomt uit een solide basis van definities en duidelijke demonstraties. Dit perspectief benadrukt de waarde van kennis boven louter meningen, wat suggereert dat echt inzicht geworteld is in objectieve realiteiten.
In het boek van Rose Wilder Lane, ‘The Discovery of Freedom: Man’s Struggle Against Authority’, roept dit citaat de erfenis op van vroege wetenschappers en filosofen die de wereld om hen heen probeerden te verkennen en te verklaren. Het dient als herinnering dat de zoektocht naar kennis diepe historische wortels heeft, en benadrukt hoe cruciaal het is voor individuen om te streven naar begrip in plaats van uitsluitend te vertrouwen op subjectieve overtuigingen.