Jij bent groter dan ik me herinner, zei ze dom. Jij ook, zei hij. Ik herinner me ook dat je mooi was. Het geheugen speelt ons parten. Nee. Je gezicht is hetzelfde, maar ik weet niet meer wat mooi betekent. Kom op. Laten we het meer in gaan.
(You're bigger than I remember, she said stupidly.You too, he said. I also remember that you were beautiful.Memory does play tricks on us.No. Your face is the same, but I don't remember what beautiful means anymore. Come on. Let's go out into the lake.)
De uitwisseling tussen de personages benadrukt de complexiteit van geheugen en perceptie. Het eerste personage drukt zijn verbazing uit over de grootte van het andere personage, wat aangeeft hoe de tijd onze kijk op mensen kan veranderen. Het antwoord onthult een waardering voor blijvende schoonheid, maar duidt ook op een emotionele ontkoppeling, wat suggereert dat herinneringen in de loop van de tijd gevoelens en betekenissen kunnen vervormen.
Deze interactie benadrukt het idee dat, hoewel onze fysieke verschijning kan blijven bestaan, de essentie van schoonheid en de betekenis ervan kan vervagen. Terwijl ze zich naar het meer begeven, symboliseert dit een moment dat symbool staat voor het verlangen om opnieuw verbinding te maken en te herontdekken wat verloren is gegaan, en dat de bitterzoete aard van nostalgie en de uitdagingen van het herinneren van wat ooit was, samenvat.