Maar ik ga niet eeuwig leven. En hoe meer ik het weet, hoe verbaasder ik ben dat ik hier überhaupt ben.
(But I am not going to live forever. And the more I know it, the more amazed I am by being here at all.)
Dit citaat weerspiegelt een diep besef van de menselijke sterfelijkheid en het wonder van het bestaan. Erkennen dat onze tijd op aarde beperkt is, brengt een gevoel van zowel kwetsbaarheid als waardering met zich mee. Het zet ons ertoe aan na te denken over de kostbaarheid van het leven en elk moment te koesteren, in het besef dat onze levensduur eindig is. Een dergelijk bewustzijn kan ons inspireren om doelbewuster te leven, passies na te streven, betekenisvolle relaties op te bouwen en vervulling te zoeken, in plaats van onze tijd als vanzelfsprekend te beschouwen. De erkenning van de sterfelijkheid bevordert ook nederigheid en herinnert ons aan onze plaats in het universum en de vergankelijke aard van onze ervaringen. Interessant genoeg roept dit besef vaak een dieper gevoel van dankbaarheid en ontzag op, waarbij het simpele maar buitengewone feit wordt gewaardeerd dat we überhaupt nog leven. Het herinnert ons eraan dat het bestaan zelf een ongelooflijk geschenk is, vooral in een universum dat zo groot en mysterieus is. Het omarmen van dit begrip kan leiden tot een bewustere benadering van het leven, waarbij elk moment wordt gewaardeerd en elke ervaring als kostbaar wordt gezien. Uiteindelijk kan een dergelijk bewustzijn ons motiveren om authentiek te leven en de tijd die we hebben optimaal te benutten, zelfs als we de grenzen ervan erkennen. Dit citaat geeft prachtig het delicate evenwicht weer tussen het erkennen van sterfelijkheid en het verwonderen van de gave van bewustzijn die ons in staat stelt na te denken over onze eigen sterfelijkheid.