Ik heb altijd een hekel gehad aan honden, die beschermers van lafaards die niet de moed hebben om zelf tegen een aanvaller te vechten.
(I always disliked dogs, those protectors of cowards who lack the courage to fight an assailant themselves.)
Dit citaat daagt de algemene perceptie uit dat honden loyale beschermers en symbolen van moed zijn. Het weerspiegelt een persoonlijke minachting voor die rol, wat suggereert dat het vertrouwen op dieren voor verdediging een gebrek aan persoonlijke moed kan impliceren. Hoewel honden vaak worden bewonderd vanwege hun loyaliteit en moed, lijkt de spreker de waargenomen afhankelijkheid van dergelijke beschermers te bekritiseren als een manier om uitdagingen niet direct aan te gaan. Dergelijke gevoelens zetten aan tot nadenken over de aard van moed en onafhankelijkheid, waarbij de nadruk wordt gelegd op het belang van het onder ogen zien van moeilijkheden, waar mogelijk zonder hulp van buitenaf.