Ik was in de jaren tachtig een beetje geschrokken van de kunstwereld. Alleen het geldgedoe. Alle concurrentie om artiesten.
(I was kind of freaked out by the art world in the 1980s. Just the money thing. All the competition over artists.)
Dit citaat benadrukt een scepticisme of ongemak ten aanzien van de commercialisering en het concurrentievermogen die de kunstscène in de jaren tachtig kenmerkten. Het duidt op bezorgdheid over de invloed van monetaire belangen op de artistieke integriteit en de vaak agressieve aard van de rivaliteit in de kunstwereld. Dergelijke gevoelens weerspiegelen de voortdurende debatten over de balans tussen kunst als een vorm van persoonlijke expressie en haar rol als handelsartikel. Het perspectief van de spreker nodigt uit tot reflectie over hoe externe druk het creatieve proces en de werkelijke waarde van kunst kan beïnvloeden die verder gaat dan geldelijk gewin en erkenning.