Als je je kinderen vraagt om te sporten, kun je dat beter ook doen. Oefen wat je predikt.
(If you're asking your kids to exercise, then you better do it, too. Practice what you preach.)
Het citaat benadrukt het belang van het goede voorbeeld geven, vooral als het gaat om het aanleren van waarden of gewoonten aan anderen, vooral kinderen. Het suggereert dat ouders en voogden het gedrag en de discipline moeten belichamen die zij bij hun kinderen willen zien, anders verliezen hun woorden hun geloofwaardigheid. Wanneer volwassenen door hun daden blijk geven van toewijding aan een gezond leven, zullen ze hun kinderen eerder motiveren om dit voorbeeld te volgen. Dit principe gaat verder dan lichaamsbeweging; het is van toepassing op integriteit, vriendelijkheid, arbeidsethos en andere deugden. Kinderen zijn scherpe waarnemers en bootsen vaak het gedrag na dat ze thuis zien, of het nu goed of slecht is. Als ouders eerlijkheid eisen maar regelmatig bedriegen, zullen kinderen waarschijnlijk een soortgelijk patroon aannemen. Omgekeerd creëert het modelleren van gewenst gedrag een consistente omgeving die groei en leren bevordert. Het leert ook verantwoordelijkheid; erkennen dat daden meer zeggen dan woorden, getuigt van eerlijkheid en volwassenheid. Door in praktijk te brengen wat men predikt, wordt vertrouwen en respect opgebouwd binnen familiebanden en daarbuiten. Het herinnert ons eraan dat echte invloed voortkomt uit een geleefd voorbeeld en niet louter uit instructie. Door de beginselen te belichamen waarvan zij willen dat kinderen ze leren, geven volwassenen niet alleen effectiever les, maar ontwikkelen ze ook hun eigen integriteit. Uiteindelijk onderstreept het citaat dat leiderschap begint met zelfbewustzijn en zelfdiscipline, en herinnert het ons eraan dat daden vaak luider spreken dan woorden en dat we verantwoordelijk zijn voor het vormgeven van het gedrag van de volgende generatie door ons eigen gedrag.