In de meeste wetgevers wordt nauwgezette aandacht voor correct gebruik als elitair beschouwd. Het woord 'regering' wordt bijvoorbeeld normaal gesproken uitgesproken als 'gummint'; bureaucratie is 'bureaucratie'; fiscaal komt uit op 'fysiek', en men beweegt zich niet om de regels op te schorten, maar om 'op te schorten'.
(In most legislatures, punctilious attention to correct usage is considered elitist. The word 'government,' for example, is normally pronounced 'gummint'; bureaucracy is 'bureaucacy'; fiscal comes out 'physical,' and one moves not to suspend the rules, but to 'suppend.')
Dit citaat benadrukt hoe formeel taalgebruik en de juiste uitspraak vaak worden ondergewaardeerd in overheidsomgevingen, waar spreektaal en terloopse taal de neiging hebben te domineren. Het onderstreept de ironie dat wat als ‘elitair’ zou kunnen worden beschouwd, feitelijk essentieel is voor duidelijkheid en precisie in het bestuur. De speelse voorbeelden herinneren ons aan het belang van taalcorrectheid, ook al wordt dit soms als pretentieus ervaren. Het handhaven van correct gebruik bevordert effectieve communicatie, vooral bij wetgeving en administratie, waar dubbelzinnigheid aanzienlijke gevolgen kan hebben.