Mijn manier van componeren lijkt meer op het werk van een tuinman. De tuinman neemt zijn zaden en strooit ze uit, wetende wat hij plant, maar niet helemaal wat waar en wanneer zal groeien - en hij zal het daarna ook niet noodzakelijkerwijs opnieuw kunnen reproduceren.
(My kind of composing is more like the work of a gardener. The gardener takes his seeds and scatters them, knowing what he is planting but not quite what will grow where and when - and he won't necessarily be able to reproduce it again afterwards either.)
Dit citaat benadrukt het organische en experimentele karakter van creatief werk, en benadrukt dat kunstenaarschap vaak onvoorspelbaarheid en ontdekking inhoudt. Net als een tuinman die zaadjes zaait, kan een componist of schepper een intentie of visie hebben, maar de uitkomst kan elke keer spontaan en uniek zijn. Het viert de schoonheid van improvisatie, de acceptatie van onzekerheid en de waarde van het koesteren van ideeën in plaats van ze rigide te controleren. Dit perspectief moedigt aan om de onvoorspelbare aspecten van creativiteit te omarmen, wetende dat het proces zelf net zo belangrijk is als het eindproduct, en dat elke creatie tot nieuwe, onherhaalbare resultaten kan leiden.