Het enige waar ze echt van genoot was een begrafenis. Je wist waar je was met een lijk. Er kon niets meer mee gebeuren. Maar zolang er leven was, was er angst.
(The only thing she really enjoyed was a funeral. You knew where you were with a corpse. Nothing more could happen to it. But while there was life there was fear.)
Het citaat weerspiegelt de complexe relatie van de hoofdpersoon met leven en dood. Bij begrafenissen ervaart ze een gevoel van zekerheid en vrede, omdat een lijk het einde betekent van alle angst en verrassingen. Het leven wordt daarentegen afgeschilderd als onvoorspelbaar en vol angst, waarbij het onbekende verschillende angsten en uitdagingen met zich mee kan brengen. Dit grote verschil benadrukt haar ongemak met de levende wereld en haar onzekerheden.
Vanuit dit perspectief benadrukt de auteur het gewicht van de existentiële angst die vaak met het leven gepaard gaat. De voorkeur van de hoofdpersoon voor de stilte van de dood boven het tumult van het leven onthult diepere thema's van kwetsbaarheid en de zoektocht naar veiligheid. Uiteindelijk vat het citaat een diepgaande observatie over het menselijk bestaan samen, waarbij de angst voor het onbekende in evenwicht wordt gebracht met de troost die wordt gevonden in het definitieve.