Denk aan schnitzel, en je denkt meestal aan kalfs- of varkensvlees: zacht gestampt, gehavend en gebakken tot een gouden pracht.
(Think schnitzel, and you usually think veal or pork: pounded into tenderness, battered, and fried to a golden magnificence.)
Dit citaat roept het geruststellende en toegeeflijke karakter van de traditionele keuken op, met name het gerecht schnitzel. Het benadrukt hoe onze culinaire perceptie wordt gevormd door vertrouwdheid en klassieke bereidingen: mals, gehavend en tot in de perfectie gebakken. Dergelijke gerechten symboliseren zowel culinaire kunsten als culturele identiteit, en nodigen ons uit om de vaardigheid te waarderen die betrokken is bij het transformeren van eenvoudige ingrediënten in troostmaaltijden. Het zet ook aan tot nadenken over hoe bepaalde voedingsmiddelen symbolen worden van romantiek, traditie en nostalgie, waardoor mensen samenkomen rond een gedeelde waardering voor doordacht en smaakvol koken.