We zeggen vaak dat we geen invasie vanuit het zuiden vrezen, maar dat de legers van het zuiden de grens al zijn overgestoken. Amerikaanse onderneming Het Amerikaanse kapitaal neemt snel bezit van onze mijnen en onze waterkracht, onze oliegebieden en onze houtgrenzen.
(We often say that we fear no invasion from the south but the armies of the south have already crossed the border - American enterprise American capital is taking rapid possession of our mines and our water power our oil areas and our timber limits.)
Dit citaat duikt in de subtiele maar diepgaande invloed van economische en bedrijfsexpansie, die vaak als een invasie kan worden opgevat. Het benadrukt een paradox waarbij een land misschien niet bang is voor een traditionele militaire aanval van zijn buurland, maar toch kwetsbaar blijft voor de agressieve vooruitgang van buitenlands kapitaal en zakelijke belangen. De bewering dat het Amerikaanse bedrijfsleven de grenzen niet overschrijdt via soldaten maar via economische overheersing onderstreept een verschuiving van conventionele oorlogsvoering naar economisch imperialisme.
De wijdverbreide controle over vitale hulpbronnen zoals mijnen, waterkracht, oliereserves en hout duidt niet alleen op economische dominantie, maar ook op een strategische greep op natuurlijke hulpbronnen die essentieel zijn voor de nationale soevereiniteit. Een dergelijke door het bedrijfsleven geleide inbreuk kan lokale industrieën uithollen, de lokale controle verminderen en economische afhankelijkheden creëren die net zo bindend zijn als militaire bezetting. Deze vorm van invasie verloopt vaak onopgemerkt door de algemene bevolking, omdat deze opereert binnen het raamwerk van legitieme zakelijke activiteiten, waardoor het moeilijker wordt om deze onder de loep te nemen en er weerstand tegen te bieden.
Als we hierover nadenken, wordt het duidelijk dat economische kracht en controle over natuurlijke hulpbronnen krachtige instrumenten zijn die de onafhankelijkheid van een land net zo ernstig kunnen bedreigen als militaire veroveringen. Het citaat dient als een vroege waarschuwing over het belang van waakzaamheid over buitenlandse invloed, niet alleen in termen van nationale diplomatie en defensie, maar ook op economisch en milieugebied. Het daagt de lezer uit om na te denken over de werkelijke kosten van de economische mondialisering en zich af te vragen of een dergelijke snelle en ongecontroleerde uitbuiting echt ten goede komt aan de bredere samenleving of alleen aan de bedrijfsbelangen erachter.
In wezen vat het citaat een essentieel inzicht in de moderne geopolitiek samen: macht en invasie zijn niet langer uitsluitend beperkt tot wapens en soldaten, maar ook tot geld, invloed en controle over hulpbronnen, die de toekomst en soevereiniteit van een land diepgaand kunnen bepalen.