Waar het om gaat is dat de meerderheid van het Amerikaanse volk zelfgenoegzaam is geworden door het zinloze onrecht dat overal om hen heen plaatsvindt. Waar het om gaat is dat de meeste Amerikaanse politici zich gemakkelijker laten beïnvloeden door geld dan door de mensen die hen in hun ambt hebben gestemd.
(What matters is that the majority of American people have become complacent in a senseless injustice that occurs all around them. What matters is that most American politicians have become more easily swayed by money than by the people who voted them into office.)
Dit citaat benadrukt een verontrustende apathie onder de Amerikaanse bevolking en een verontrustende verschuiving in politieke prioriteiten. Wanneer burgers onverschillig worden tegenover onrecht, kunnen systemische problemen blijven bestaan, waardoor de fundamenten van de democratie worden uitgehold. Op dezelfde manier, wanneer politici voorrang geven aan monetaire prikkels boven de behoeften van hun kiezers, raakt het bestuur scheef, waardoor de verantwoordelijkheid en het vertrouwen afnemen. Dergelijke zelfgenoegzaamheid en invloed vormen een bedreiging voor de idealen van gelijkheid en rechtvaardigheid, en benadrukken de dringende noodzaak van maatschappelijke betrokkenheid en politieke integriteit om het evenwicht en de eerlijkheid in de samenleving te herstellen.