Jouw nivelleerders willen zo ver mogelijk naar beneden gaan, maar ze kunnen het niet verdragen om naar zichzelf toe te stijgen.
(Your levellers wish to level down as far as themselves but they cannot bear levelling up to themselves.)
Dit citaat van Samuel Johnson benadrukt de inherente hypocrisie en tegenstrijdigheid die vaak voorkomen bij degenen die gelijkheid willen opleggen of nivellerende maatregelen aan anderen willen opleggen. De term 'levellers' verwijst naar individuen of groepen die pleiten voor het verkleinen van de ongelijkheid, zowel op sociaal, economisch als politiek gebied. Johnson suggereert dat hoewel deze nivelleerders ernaar streven iedereen naar een bepaald niveau te brengen, ze over het algemeen niet bereid of niet in staat zijn om anderen naar hun eigen positie te verheffen. Het kerninzicht hier is de menselijke neiging om weerstand te bieden aan opwaartse mobiliteit; mensen zien vaak liever dat anderen worden neergehaald dan dat zijzelf worden verheven.
Dit perspectief werpt licht op een deel van de sociale en politieke dynamiek die speelt wanneer gelijkheidsbewegingen op weerstand stuiten. Het impliceert dat sommige activisten, leiders of groepen misschien niet echt streven naar echte eerlijkheid of rechtvaardigheid, maar eerder naar een vorm van overheersing, waarbij ze hun eigen status consolideren terwijl ze anderen ontmoedigen om in opkomst te komen.
Bovendien raakt dit citaat de psychologische aspecten van status en zelfperceptie. Mensen hebben de neiging zich te verzetten tegen het verlies van hun positie of privilege, en deze weerstand kan zich manifesteren als een onwil om inspanningen te steunen die anderen ten goede zouden komen door hun status te verhogen en de sociale hiërarchie te overbevolken. Op dezelfde manier weerspiegelt het een bredere menselijke neiging om comfort in vertrouwdheid of dominantie te verkiezen boven het ongemak van herverdeling of transformatie.
Over het geheel genomen herinneren de woorden van Johnson ons eraan de motivaties achter sociale en politieke hervormingen kritisch te onderzoeken en de onderliggende menselijke angsten die met verandering gepaard gaan te onderkennen – de angst om positie of controle te verliezen, en het ongemak om anderen te verheffen omdat dit onze eigen waardigheid of privileges zou kunnen bedreigen.