Volgens de stoïcijnen was alle ondeugd oplosbaar in dwaasheid: volgens het christelijke principe is het allemaal het gevolg van zwakte.
(According to the Stoics, all vice was resolvable into folly: according to the Christian principle, it is all the effect of weakness.)
Dit citaat belicht twee filosofische perspectieven op menselijke tekortkomingen. De stoïcijnen beschouwen ondeugd als geworteld in dwaasheid, wat suggereert dat ondeugden kunnen worden overwonnen door rationaliteit en wijsheid. Daarentegen schrijft de christelijke visie ondeugd toe aan zwakte, wat impliceert dat morele tekortkomingen voortkomen uit menselijke kwetsbaarheid en gebrek aan goddelijke kracht. Beide gezichtspunten erkennen de menselijke onvolmaaktheid, maar benaderen de remedie ervan verschillend: de ene door zelfbewustzijn en rationaliteit, de andere door geloof en vertrouwen op goddelijke hulp. Het herkennen van deze perspectieven stimuleert een genuanceerd begrip van morele ontwikkeling, waarbij zowel het belang van persoonlijke deugd als de erkenning van menselijke kwetsbaarheid wordt benadrukt.