Amateurisme is de sterkste vorm van discriminatie in de sport. Omdat het de kansarmen discrimineert, discrimineert het de armen. Als we willen dat sport teruggaat naar de rijken, laten we het dan weer amateuristisch maken.
(Amateurism is the strongest form of discrimination in sports. Because it discriminates against the underprivileged, it discriminates against the poor. If we want sports to go back to the wealthy, let's make it amateur again.)
Dit citaat daagt het algemeen aanvaarde idee van amateurisme in de sport uit en legt de vaak over het hoofd geziene maatschappelijke implicaties ervan bloot. Amateurisme wordt vaak gepromoot als een manier om eerlijkheid en integriteit te behouden, maar in werkelijkheid kan het dienen als een barrière die mensen met financiële middelen en sociale privileges bevoordeelt. Door van atleten te eisen dat ze betaalde kansen vermijden, marginaliseert amateurisme onbedoeld getalenteerde individuen die niet over de middelen beschikken om zonder financiële steun deel te nemen. Het houdt in wezen de ongelijkheid in stand, bevoordeelt rijkere atleten en instellingen en versterkt de sociale verdeeldheid. De verklaring suggereert op provocerende wijze dat als we een sportomgeving wensen die gedomineerd wordt door de rijken, het opnieuw benadrukken van amateurisme dat doel zou bereiken. Dit perspectief nodigt ons uit om na te denken over hoe sport, die idealiter dient als een universele basis voor talent en doorzettingsvermogen, ten onrechte kan worden gelaagd op basis van economische status. Het onderkennen van de rol van financiële barrières is van cruciaal belang bij het bevorderen van een inclusieve sportcultuur die verdiensten belangrijker vindt dan monetaire capaciteit. Uiteindelijk spoort het citaat ons aan om onze waarden rond amateurisme te heroverwegen en aan te dringen op een systeem dat de toegang democratiseert en sport erkent als een universeel mensenrecht in plaats van een voorrecht dat is voorbehouden aan de welgestelden.