De passage weerspiegelt een diepgaand gevoel van angst en angst die het leven van de verteller heeft doordrongen, waardoor zijn ervaringen worden vergeleken met een aanhoudende ondergrondse stroom. Deze angst manifesteert zich als een faalangst en verlies, waardoor hij zich meer als een personage in een vintage cartoon dan een echte persoon voelt, wat duidt op een worsteling met identiteit en authenticiteit.
Deze metafoor benadrukt de verlammende aard van zijn angsten, wat suggereert dat zijn acties vaak zijn gedreven door het verlangen om problemen te voorkomen en zijn relaties te behouden. Uiteindelijk benadrukt het de impact van angst op persoonlijke groei en oprechte zelfexpressie, een terugkerend thema in het werk van Philip K. Dick.