Mensen *doen* metamorfoseren. Ze veranderen voortdurend van identiteit. Elke nieuwe identiteit gedijt echter op de waan dat zij altijd in het bezit was van het lichaam dat zij zojuist heeft veroverd.
(Human beings *do* metamorphose. They change their identity constantly. However, each new identity thrives on the delusion that it was always in possession of the body it has just conquered.)
Mensen bevinden zich in een constante staat van transformatie en veranderen vaak hun identiteit terwijl ze door het leven navigeren. Deze voortdurende metamorfose suggereert dat verandering een inherent onderdeel is van het mens-zijn, waarbij elke versie van jezelf een reactie is op nieuwe ervaringen en omstandigheden. Deze dynamische aard toont ons vermogen om te evolueren, aan te passen en verschillende aspecten van onszelf te omarmen terwijl we groeien.
Er schuilt echter een paradox in deze transformatie. Elke nieuwe identiteit houdt vaak vast aan de overtuiging dat ze altijd heeft bestaan, en overschaduwt de vorige zelven die ze heeft losgelaten. Deze waanvoorstelling creëert een gevoel van continuïteit, verbindt verleden en heden met elkaar en idealiseert tegelijkertijd onze huidige staat. Het benadrukt de complexiteit van identiteit en de manier waarop we onze geschiedenis verzoenen met onze evoluerende natuur.