Ik ben van mening dat het leger op zijn hoede moet zijn voor diplomatie totdat de oorlog is verklaard; dan moet het ministerie van Buitenlandse Zaken zijn neus uitsteken en het leger alles laten doen wat nodig is om te winnen.
(I believe the military should be wary of diplomacy until war is declared; then the State Department should keep its nose out and let the military do whatever is necessary to win.)
Dit citaat benadrukt een perspectief dat prioriteit geeft aan militair gezag zodra een conflict is ontstaan. Het suggereert een voorzichtige benadering van diplomatie, wat impliceert dat diplomatieke inspanningen het meest geschikt zijn om oorlog te voorkomen in plaats van deze te beheersen zodra deze is begonnen. De nadruk op de rol van het leger bij het winnen duidt op de overtuiging dat beslissende militaire actie essentieel is zodra er sprake is van escalatie, waardoor de diplomatieke betrekkingen op voorhand in gevaar kunnen komen. Hoewel deze visie het belang van militaire kracht en paraatheid onderstreept, roept het ook vragen op over de balans tussen diplomatie en geweld, en de gevaren van het buitenspel zetten van diplomatieke onderhandelingen tijdens conflicten. Het weerspiegelt een pragmatische, misschien agressieve houding ten aanzien van militaire betrokkenheid, waarbij de nadruk wordt gelegd op resultaten boven processen.