alleen mentaal van streek, maar zijn allemaal fysiek onevenwichtig. Het maakt niet uit hoe kalm en gecontroleerd ze blijkbaar mogen zijn, niemand kan onder dergelijke omstandigheden normaal zijn. Hun verstoorde circulatie maakt hen koud, hun nood maakt ze ongesteld, slapeloos. Personen die ze normaal leuk vinden, ze keren zich vaak van.
(only upset mentally but are all unbalanced physically. No matter how calm and controlled they seemingly may be, no one can under such circumstances be normal. Their disturbed circulation makes them cold, their distress makes them unstrung, sleepless. Persons they normally like, they often turn from.)
In "Het jaar van magisch denken", onderzoekt Joan Didion de diepgaande mentale en emotionele onrust die gepaard gaat met verdriet. Ze reflecteert op hoe individuen in nood aan de buitenkant kunnen lijken, maar worden niet intern beïnvloed. Deze dissonantie leidt tot een staat van mentale onbalans die zich manifesteert in fysieke symptomen, wat de onderling verbondenheid van geest en lichaam benadrukt in tijden van emotionele crisis.
Didion benadrukt dat zelfs degenen die stabiel lijken, tekenen van verstoring kunnen vertonen, zoals koude en slapeloosheid. Stress verandert hun sociale gedrag, waardoor ze zich terugtrekken van mensen die ze meestal leuk vinden. Dit illustreert niet alleen de isolatie die vaak gepaard gaat met verdriet, maar ook de tastbare effecten die het heeft op het algehele welzijn van een individu.