Mensen die onlangs iemand hebben verloren, hebben een bepaalde blik, misschien herkenbaar, misschien alleen voor degenen die die blik op hun eigen gezichten hebben gezien. Ik heb het op mijn gezicht gemerkt en ik merk het nu op anderen. De look is er een van extreme kwetsbaarheid, naaktheid, openheid.
(People who have recently lost someone have a certain look, recognizable maybe only to those who have seen that look on their own faces. I have noticed it on my face and I notice it now on others. The look is one of extreme vulnerability, nakedness, openness.)
In haar boek 'The Year of Magical Thinking' reflecteert Joan Didion over de diepgaande ervaring van verdriet die volgt op verlies. Ze beschrijft een unieke uitdrukking die naar voren komt op de gezichten van degenen die onlangs zijn rouw, die alleen kunnen worden begrepen door anderen die soortgelijke pijn hebben doorstaan. Deze look betekent een diep gevoel van kwetsbaarheid en onthult een rauwe emotionele openheid die gepaard gaat met het verdriet van het verliezen van een geliefde.
De observaties van Didion benadrukken de intieme verbinding die wordt gedeeld onder personen die te maken hebben gehad met aanzienlijk verlies. De herkenning van deze uitdrukking in zichzelf en anderen bevordert een gevoel van solidariteit en begrip in een tijd waarin men zich het meest blootstelt. Het benadrukt hoe verdriet de gevels weg kan strippen, waardoor individuen zich zowel kwetsbaar als diep menselijk voelen.