De Whitlock observeert humoristisch de intelligentie van schapen wanneer ze reageren op voedsel dat over het hek wordt gegooid, zoals maïsstengels. Hun scherpe vermogen om voedsel van een afstand te identificeren, toont een vorm van instinctieve slimheid. Dit gedrag suggereert een praktische intelligentie die gericht is op hun overleving en onmiddellijke behoeften.
De reflectie van de Whitlock leidt tot een dieper begrip van wat echte intelligentie betekent. In plaats van te vertrouwen op academische kennis of complexe taal, ligt echte slimheid in het herkennen van wat nuttig en voordelig is in iemands omgeving. Dit perspectief stimuleert een bredere waardering voor instincten en bruikbaarheid bij het beoordelen van intelligentie.