De stilte van de kalmte is verschrikkelijk. Zijn stem begint vreemd en overdreven te worden. Hij voelt het in hem alsof er iets te groot is ingeslikt voor de slokdarm. Het blijft een soort onvrijwillig interieur in hem zoemen, als een levende kever. Zijn schedel is een koepel vol galm. De holten van zijn botten zijn als fluisterende galerijen. Hij is bang om luid te spreken, anders zou hij verbluft zijn; Zoals de man in de basdrum.
(The stillness of the calm is awful. His voice begins to grow strange and portentous. He feels it in him like something swallowed too big for the esophagus. It keeps up a sort of involuntary interior humming in him, like a live beetle. His cranium is a dome full of reverberations. The hollows of his very bones are as whispering galleries. He is afraid to speak loud, lest he be stunned; like the man in the bass drum.)
Het citaat weerspiegelt een diep gevoel van overweldigende spanning en angst die de spreker ervaart. De stilte, hoewel uiterlijk kalm, roept een diepe onrust in hem op. Deze interne onrust manifesteert zich als vreemde geluiden en sensaties, verwant aan iets te groot om te worden opgenomen, waardoor een conflict ontstaat tussen zijn innerlijke wereld en externe stilte. De beelden van een zoemende kever en galm in zijn schedel illustreert de chaotische gedachten die zijn vrede verstoren en hem dwingen om voorzichtig stil te blijven.
Deze overweldigende sensatie laat de spreker in een staat van angst om zichzelf uit te drukken, die doet denken aan een man die beperkt is in een basdrum, waar geluid is gedempt en toch resonant. De metafoor betekent een strijd tussen de wens om te communiceren en de mogelijke gevolgen van die communicatie. De levendige beelden roept een spookachtige sfeer op, waar de diepten van iemands binnenleven net zo daverend kunnen zijn als fysieke geluiden, waarbij de complexiteit van menselijke emoties wordt benadrukt in het licht van kalmte.