Om een boek te laten functioneren, moet het een functionerende realiteit zijn. Het personage moet echt zijn, en ik kan me voorstellen dat dit precies is wat er gebeurt met een spion die diep verborgen zit.
(For a book to function... it has to be a functioning reality. The character has to be real, and I imagine that's exactly what happens for a spy who is in deep cover.)
Dit citaat van Nathan Englander duikt in de essentie van authenticiteit, zowel in het vertellen van verhalen als in het leven. In de kern suggereert Englander dat, wil een verhaal meeslepend en waarheidsgetrouw zijn, de elementen erin – vooral de personages – een levende, ademende realiteit moeten bezitten. Dit transformeert een eenvoudig verhaal in een ervaring die diep resoneert met de lezers. Op dezelfde manier trekt hij een aangrijpende parallel met het leven van een spion in diepe dekking: zo iemand moet een verzonnen personage volledig belichamen met zo'n overtuiging dat de valse identiteit een functionele realiteit wordt. Het voortbestaan van de spion hangt af van hun vermogen om authentiek te leven binnen dit zelfgecreëerde verhaal, waarbij de grens tussen pretentie en waarheid vervaagt. Deze verbinding leidt tot een rijkere reflectie op identiteit, prestaties en de maskers die individuen dragen in verschillende levenssferen. Zijn we soms allemaal spionnen in onze eigen verhalen, die rollen vervullen die bepaalde facetten van onszelf beschermen of presenteren? Het inzicht van Englander benadrukt de kracht van authenticiteit – zowel in de literatuur als in het bestaan – om realiteiten te creëren die net zo impactvol en overtuigend zijn als het leven zelf. Het herinnert ons eraan dat het creëren of beleven van een verhaal, als het met oprechte toewijding wordt gedaan, niet alleen de perceptie vormgeeft, maar ook de realiteit waarin we leven.