Als poëzie zich zou richten op dezelfde behoeften en ambities, dezelfde hoop en angst als waar de Bijbel zich op richt, zou ze daarmee qua distributie kunnen wedijveren.
(If poetry should address itself to the same needs and aspirations, the same hopes and fears, to which the Bible addresses itself, it might rival it in distribution.)
Dit citaat van Wallace Stevens verhoogt de betekenis van poëzie door te suggereren dat, wanneer het resoneert met de kernervaringen van de mens – onze hoop, angsten, behoeften en aspiraties – het dezelfde universele invloed kan bereiken als de Bijbel. Poëzie, vaak gezien als een verfijnde kunstvorm of een literaire bezigheid, wordt hier gepositioneerd als een krachtig vat dat een diepgaande emotionele en spirituele impact kan bewerkstelligen. Het idee impliceert dat de werkelijke waarde van poëzie niet alleen ligt in haar esthetische kwaliteiten, maar ook in haar vermogen om de fundamentele vragen en worstelingen van het menselijk bestaan te weerspiegelen. Wanneer poëzie deze elementen aanspreekt, wordt het meer dan kunst; het wordt een middel tot verbinding en begrip over het hele spectrum van het menselijk leven. Dit perspectief nodigt ons uit om poëzie te zien als een gemeenschappelijk instrument dat troost, hoop en inzicht biedt, net zoals heilige teksten dat doen voor hun volgers. De vergelijking onderstreept ook de potentiële universaliteit van de poëtische stem, die in staat is culturele en religieuze grenzen te overschrijden wanneer deze de gedeelde menselijke ervaring raakt. Het daagt zowel dichters als lezers uit om poëzie te zien als een essentieel onderdeel van de dialoog die het menselijk leven en begrip vormgeeft, waarbij wordt benadrukt dat de ware kracht ervan ligt in het vermogen om de diepste delen van onszelf en onze gedeelde reis door het leven aan te spreken.