Het probleem met katten is dat ze precies dezelfde blik op hun gezicht krijgen, of ze nu een mot of een bijlmoordenaar zien.
(The problem with cats is that they get the exact same look on their face whether they see a moth or an axe-murderer.)
Dit citaat benadrukt op humoristische wijze de mysterieuze en ondoorgrondelijke aard van katten. Ondanks dat ze met enorm verschillende stimuli worden geconfronteerd, blijft hun gezichtsuitdrukking onveranderd, wat bijdraagt aan hun raadselachtige charme. Het geeft ook op subtiele wijze commentaar op hoe dieren een kalme of onverschillige houding kunnen hebben, ongeacht de situatie, en herinnert ons eraan dat schijn bedriegt en dat vooral katten hun gedachten vaak voor zichzelf lijken te houden. Dergelijk gedrag kan amusant en vertederend zijn, waardoor katten intrigerende metgezellen worden, waardoor we blijven gissen naar wat ze werkelijk denken.