In "Paris to the Moon" onderzoekt Adam Gopnik de complexe relatie tussen taal en identiteit terwijl hij nadenkt over zijn ervaringen die in Parijs wonen. Hij beschrijft hoe taal onze percepties en interacties vormt en benadrukt dat onze moedertaal diep verweven is met onze emotionele en culturele wortels. Deze verbinding beïnvloedt hoe we door de wereld om ons heen navigeren, vooral in een buitenlandse omgeving waar we ons misplaatst voelen, afhankelijk van een tweede taal.
Het citaat "We zwemmen in onze tweede taal, we ademen onze eerste in", legt de essentie van deze ervaring vast. Het suggereert dat hoewel men bedreven kan worden in het spreken van een tweede taal, het de eerste taal is die ons echt in stand houdt en op fundamenteel niveau definieert. Het verhaal van Gopnik nodigt lezers uit om te overwegen hoe taal niet alleen dient als een communicatiemiddel, maar ook als een vat voor onze ingebouwde herinneringen en identiteiten, waardoor we ons verhouden tot verschillende culturen.