De New Deal van de FDR en daarna de soortgelijke Middle Way van de Republikeinse president Dwight Eisenhower gebruikten de regering om het bedrijfsleven te reguleren, een fundamenteel sociaal vangnet te bieden en infrastructuur, zoals wegen en bruggen, te bevorderen.
(FDR's New Deal and, after it, Republican President Dwight Eisenhower's similar Middle Way, used the government to regulate business, provide a basic social safety net, and promote infrastructure, like roads and bridges.)
Dit citaat benadrukt hoe verschillende politieke leiders historisch gezien overheidsinterventie hebben ingezet om het nationale beleid en de economische stabiliteit vorm te geven. De New Deal van Franklin D. Roosevelt was een transformatieve reeks programma's gericht op herstel van de Grote Depressie. Het creëerde belangrijke sociale vangnetten, zoals de sociale zekerheid, en startte grootschalige infrastructuurprojecten die niet alleen banen creëerden, maar ook het fysieke raamwerk van het land moderniseerden. Achttien jaar later adopteerde president Eisenhower een enigszins vergelijkbare aanpak, vaak de 'Middenweg' genoemd, waarbij hij de nadruk legde op pragmatisch bestuur dat zich concentreerde op strategische regulering en infrastructuurontwikkeling. Met name het Interstate Highway System van Eisenhower bracht een revolutie teweeg in het transport, de handel en de nationale connectiviteit. Beide leiders erkenden dat de overheid, wanneer deze effectief wordt uitgeoefend, als stabiliserende kracht zou kunnen dienen, vooral in tijden van economische onrust of nationale uitdagingen. Hun beleid liep uiteen in stijl en reikwijdte, maar kwam samen op het idee dat maatschappelijke vooruitgang en economische veerkracht vaak afhankelijk zijn van gecoördineerde overheidsinspanningen. Het onderzoeken van hun erfenissen stimuleert reflectie over de rol die de overheid zou moeten spelen bij het handhaven van een evenwicht tussen regulering, economische groei en sociale welvaart. Deze benaderingen herinneren ons eraan dat effectief bestuur vaak een pragmatisch beleid impliceert dat is toegesneden op de behoeften van de samenleving en dat de verdeeldheid tussen partijen overstijgt. Terwijl het politieke landschap voortdurend evolueert, blijft het fundamentele principe dat de overheid een kracht ten goede kan zijn, een essentieel aspect van democratische samenlevingen, dat van invloed is op de manier waarop toekomstige leiders beleid opstellen voor algemeen nut.