Het oudste boek dat ik heb is een verhandeling over architectuur uit de 17e eeuw.
(The oldest book I have is a treatise on architecture from the 17th century.)
Dit citaat benadrukt het blijvende belang van fundamentele kennis en klassieke bronnen voor het begrijpen van hedendaagse vakgebieden, met name architectuur. Het bezitten van een verhandeling uit de 17e eeuw impliceert waardering voor de historische betrouwbaarheid en de tijdloze principes die dergelijke teksten overbrengen. Architectuurprincipes van eeuwen geleden leggen vaak de nadruk op harmonie, proporties en materialiteit – concepten die vandaag de dag nog steeds relevant zijn. Vasthouden aan een oud boek betekent respect voor de evolutie van ideeën en het continuüm van menselijke creativiteit. Het nodigt ook uit tot reflectie over hoe architecturale stijlen en filosofieën in de loop van de tijd zijn veranderd, gevormd door technologische vooruitgang, culturele veranderingen en maatschappelijke behoeften. Het feit dat deze specifieke verhandeling bewaard is gebleven, duidt op de betekenis en invloed ervan door de geschiedenis heen. Dergelijke werken dienen als essentiële toetsstenen en inspireren huidige architecten en wetenschappers om na te denken over hoe praktijken uit het verleden vandaag de dag innovatieve oplossingen kunnen opleveren. Over het geheel genomen openbaart het bezitten en bestuderen van oude teksten een verlangen om verbinding te maken met de intellectuele erfenis van het verleden, om ervoor te zorgen dat de lessen uit de geschiedenis de moderne ontwerp- en constructiemethoden blijven beïnvloeden en verbeteren. Het herinnert ons eraan dat de vooruitgang in de architectuur, zoals in alle kunsten, voortbouwt op een fundament dat lang geleden is gelegd, en dat dit uitnodigt tot waardering voor de continuïteit en evolutie van het menselijk vernuft.
---Michael Graves---