Met de opmars van het feodalisme kwam de groei van ijzeren pantsers, totdat een vechter uiteindelijk op een gordeldier leek.
(With the advance of feudalism came the growth of iron armor, until, at last, a fighting-man resembled an armadillo.)
Dit citaat geeft levendig weer hoe de evolutie van oorlogsvoering en sociale structuren in de loop van de tijd heeft geleid tot aanzienlijke veranderingen in de uitrusting en mogelijk de mentaliteit van strijders. De evolutie van eenvoudige legers naar zwaar gepantserde soldaten weerspiegelt een bredere historische trend waarin technologische vooruitgang, met name de metallurgie en militaire strategie, de aard van de strijd en de betrokken individuen beïnvloeden. De metafoor van een vechtende man die op een gordeldier lijkt, benadrukt de mate waarin pantsering een bepalend kenmerk werd, mogelijk ten koste van mobiliteit en individualiteit. Het zet aan tot nadenken over hoe maatschappelijke behoeften en veiligheidsproblemen soms kunnen leiden tot een vorm van militarisering die bescherming boven behendigheid benadrukt, en hoe deze transformatie de persoonlijke identiteit en de menselijke ervaring in oorlogsvoering beïnvloedt. Historisch gezien, naarmate samenlevingen vorderden, gingen krijgers over van lichtbewapende cavalerie of voetsoldaten naar individuen gehuld in steeds uitgebreidere bepantsering, gedreven door het verlangen naar veiligheid te midden van evoluerende dreigingen. Dit creëert een paradox: hoewel pantsering is ontworpen om te beschermen, vervreemdt het potentieel ook strijders van hun eigen kwetsbaarheid, waardoor ze worden getransformeerd in gezichtsloze of gespecialiseerde entiteiten. Het citaat onderstreept het idee dat deze ontwikkelingen, geworteld in sociale en technologische veranderingen, een diepgaand effect hebben op de conflictcultuur, en niet alleen bepalen hoe oorlogen worden uitgevochten, maar ook wie de strijders worden. Het nodigt ons uit om na te denken over de balans tussen bescherming en menselijkheid, de kosten van technologische vooruitgang in de strijd, en of de resulterende transformatie het grotere goed dient of het menselijke element in oorlogsvoering vermindert.