Vaarwel alle relaties en vrienden in Christus; afscheid van kennissen en alle aardse geneugten; afscheid lezen en prediken, bidden en geloven, omzwervingen, verwijten en lijden.
(Farewell all relations and friends in Christ; farewell acquaintances and all earthly enjoyments; farewell reading and preaching, praying and believing, wanderings, reproaches, and sufferings.)
Dit plechtige afscheid weerspiegelt een diepgaande onthechting van wereldse gehechtheden en zelfs spirituele activiteiten, waarbij de nadruk wordt gelegd op de vergankelijke aard van aardse en spirituele bezigheden. Het benadrukt de ultieme overgave aan de goddelijke wil, mogelijk in de context van martelaarschap of een laatste daad van toewijding. Een dergelijke houding onderstreept de diepte van het geloof en de bereidheid om alles op te geven ter wille van geestelijke trouw, waardoor eeuwige verlossing boven wereldse banden en gemakken wordt geplaatst.